Metro-Brussel

EL-CON ontwikkelde samen met onze agent in Belgie, JL Systems, een speciale detectielus voor de metro in Brussel (MIVB). In totaal worden 160 lussen op afroep geleverd gedurende 4 jaar.

metroVoor de spoorsector maken wij composiet detectielussen die gebruikt worden voor tram, metro en trein. De slagvastheid van vezelversterkte composieten bieden hier de oplossing in een omgeving waarbij impact van bijvoorbeeld stenen vaak voorkomt. De detctielussen worden gevuld met kwartsmeel composiet vulling. De luseen worden in twee verschillende hoogtes geleverd: 40 em 70 mm en in gele of grijze gelcoat UV bestendige buitenkant.

Alle lussen zijn voorzien van een deels ingegoten RVS flexibele beschermslang.

Onze lussen worden in verschillende afmetingen geproduceerd tot 6 meter lang.

Lichte treinen en/of materieel met schijfremmen worden slechter gedecteerd omdat de spoorstaven door het slechtere contact tussen de wielen de rails niet goed worden kortgesloten. De treinen worden niet altijd goed gedetecteerd en de ATB EG werkt bij deze treinen ook minder goed omdat dat eveneens via de spoorstroomloop gaat. Het grootste gevaar treedt op bij overwegen, omdat de spoorbomen te laat kunnen sluiten.

Daarom wordt op spoorlijnen met licht materieel en/of materieel met schijfremmen vaak een andere detectie geïnstalleerd. Officieel spreekt men bij dit soort materieel van voertuigen zonder de zekerheid van juiste spoordetectie.

In Nederland zijn met name de volgende materieeltypen slecht detecteerbaar:

lightrailvoertuigen (A32 tram)

lighttrains als de Talent en LINT

dieseltreinen met schijfremmen als de DM '90 (Buffel) en Wadloper

Elektrisch materieel heeft eigenlijk nooit last van slechte detectie omdat de elektrische trein een onderdeel is van de tractiestroomkring (in Nederland met een spanning van 1800 volt) waardoor de stroomgeleiding en dus het wiel-railcontact veel beter is. De SM '90 (Railhopper), het elektrisch aangedreven broertje van de DM '90, had dan ook geen detectieproblemen.
lus schema

ProRail en het Ministerie van Verkeer en Waterstaat hebben besloten dat lightrailvoertuigen (ook met elektrische tractie) altijd gezien moeten worden als slecht detecteerbaar materieel (ongeacht of dat daadwerkelijk zo is).

Om de trein toch te detecteren kan men werken met detectielussen . Deze zijn voor treindetectie vergelijkbaar met de detectielussen bij verkeerslichten en worden toegepast bij tram, metro en light-rail.

Werking

Meestal wordt de lus als inductie (elektrische spoel) L samen met een condensator C opgenomen om een resonantiekring te vormen in een oscillatorcircuit. Deze schakeling oscilleert dan op de natuurlijke resonantiefrequentie van de LC-combinatie circa 20…100 kHz. Wanneer een voertuig op de lus komt wordt het wisselend magnetisch veld verstoord.